Met de camper naar Ierland

Groene heuvels, ruige kliffen, knusse pubs en eindeloze vergezichten.. dat vind je allemaal in Ierland. En wat is nu een betere manier om dit allemaal te ontdekken dan met de camper? Camperaar Tina ging met de camper naar Ierland en stelde een route samen die langs haar favoriete plekken voert. In dit artikel vind je niet alleen haar tips en route, maar ook een heleboel praktische info over de overtocht, de wegen en het overnachten met de camper. Zo ben jij goed voorbereid om zelf met de camper naar Ierland te gaan. En het belangrijkste dat Tina tijdens haar reis ontdekte: Ieren zijn schatten van mensen en zullen alles doen om je te helpen en je te adviseren.
Camperen in Ierland, kust

Praktische tips voor je camperreis door Ierland

Een reis met de camper door Ierland vergt wat voorbereiding omdat je er niet in een paar uur heen rijdt. Dat maakt het een ideale bestemming om wat langer te blijven, waardoor ook informatie over het vullen/wisselen van je gasfles handig is om te weten.

 

Hoe kom je in Ierland met je eigen camper?

Er zijn meerdere manieren om met je camper naar Ierland te reizen, afhankelijk van hoe lang je onderweg wilt zijn en of je liever via Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk reist. Omdat Ierland een eiland is, zul je altijd een overtocht moeten maken, maar je hebt de keuze tussen één lange ferry of meerdere kortere routes.

 

1. Via Cherbourg
De makkelijkste route voor veel Nederlandse camperaars is via Cherbourg in Noord-Frankrijk. Je rijdt in een dag of twee naar de haven (ongeveer 9 tot 11 uur rijden) en neemt daar de veerboot naar Rosslare of Dublin. Deze overtochten duren tussen de 18 en 20 uur, dus dat is inclusief overnachting. Deze route is binnen de EU, dus je vermijdt Brexit-gerelateerde regels. Daarnaast zijn de Franse snelwegen comfortabel en campervriendelijk.

 

2. Via Roscoff
Wie liever direct naar het zuiden van Ierland wil, kan ook via Roscoff (Bretagne) naar Cork varen. Deze overtocht duurt ongeveer 13 uur en wordt een paar keer per week aangeboden. Het is een ideale route als je vakantie begint aan de Ierse zuidkust. De rit naar Roscoff is wat langer (circa 11–12 uur), maar net als via Cherbourg blijf je binnen de EU en is het een comfortabele overtocht.

 

3. Via Engeland en Wales
Een alternatief is via het Verenigd Koninkrijk. Je reist bijvoorbeeld via Calais naar Dover, een korte overtocht van ongeveer 1,5 uur. Of je kiest voor de overtocht van Hoek van Holland naar Harwich. Je vertrekt dan direct vanuit Nederland (ca. 6–8 uur varen, ook ’s nachts mogelijk).

 

Vanuit beide aankomsthavens rijd je verder door Engeland en Wales naar Holyhead, waar de ferry naar Dublin vertrekt. Deze laatste overtocht duurt ongeveer 3 uur. Het voordeel van deze route is dat je relatief korte vaarten maakt, maar het nadeel is dat je door het VK reist. Die rit duurt ook nog zo’n 7 tot 9 uur en je moet met de planning goed rekening houden met de vertrektijden van de boten die je boekt. Je weet namelijk nooit hoe lang het gaat duren bij de douane van Engeland, helemaal nu je tegenwoordig vooraf ook een ETA (een soort visum) voor Engeland moet regelen.

 

Wat de beste route is, hangt dus een beetje af van de route die je door Ierland wil rijden en of je liever rijdt of met de boot gaat. De kosten voor de totale reis kunnen natuurlijk ook een overweging zijn. Welke route je ook kiest, op Direct Ferries kan je alle tickets reserveren.

 

Wegen

De wegen in Ierland zijn over het algemeen goed. Er zijn nog steeds hele smalle wegen, maar veel wegen krijgen er bij een opknapbeurt een metertje in de breedte bij. De heggen zijn lager dan in Engeland, waardoor je er vanuit de camper meestal wel overheen kan kijken. Zeker in verhouding met Nederland is er erg weinig verkeer. Soms kom je op een weg geen enkele andere auto tegen. Dat rijdt makkelijk, maar onthoud in die gevallen wel dat je nog steeds links moet rijden.

 

De M-wegen zijn snelwegen, waarvan sommige delen met tol. Gewoonlijk kan je dat contant betalen, alleen de M50 rond Dublin gaat met elektronisch betalen. Met de navigatie op ‘tolwegen vermijden’ kom je ook overal en via mooiere wegen!

 

De N-wegen zijn uitstekende, brede wegen. Altijd tweebaans, soms driebaans met twee banen de berg op en één baan de berg af. Sommige N-wegen hebben stukken vierbaansweg. Bijzonder aan N-wegen zijn de ‘vluchtstroken’ afgeschermd van de weg door een doorbroken gele streep. Net als in Polen is het de bedoeling dat langzaam verkeer uitwijkt naar deze strook, zodat sneller verkeer kan passeren. Let hierbij wel goed op: de strook loopt niet altijd even breed door en tractors, fietsers, voetgangers en zichzelf uitlatende honden maken ook gebruik van deze strook. Bonus: wanneer je hier uitwijkt zal de passerende auto je bedanken door even de alarmlichten op te laten lichten. De bedoeling is dat je dit beantwoordt met een ‘graag gedaan’ door kort met je koplampen te flitsen.

 

De R-wegen, ‘roads’, zijn goede wegen. Grotendeels smalle tweebaanswegen met af en toe, bijvoorbeeld bij een brug, een stukje eenbaans. Bij brede tegenliggers moet je meestal wel afremmen en de heg in, maar dat is goed te doen. De tegenligger zal je altijd met een zwaai bedanken en verwachten dat je met een grote glimlach terugzwaait.

 

De L-wegen, ‘lanes’, zijn meestal eenbaanswegen. Soms zijn ze wel te rijden met de camper, soms niet. Een kwestie van even uitproberen. Zoals een Ier mij vertelde: zolang er kliko’s aan de weg staan, kan je er met de camper ook langs. Vaak zijn er voldoende passing places en de Ieren zijn vriendelijk genoeg om als het even kan zelf uit te wijken zodat die Nederlandse camper door kan rijden. Kom je echter die vuilniswagen die de kliko’s leegt tegen, of een boer met een grote machine achter zijn tractor, dan ben jij toch echt degene die achteruit naar de dichtstbijzijnde passing place moet gaan. Ook hier is constante communicatie met de tegenligger gebruikelijk ofwel door zwaaien, of doordat de tegenligger aanwijzingen geeft of je ergens wel of niet door kan. Het grote voordeel is dat je negen van de tien keer op een L-weg geen ander verkeer tegenkomt.

 

Bijzondere wegen

Er zijn ook wegen die je absoluut niet moet rijden met de camper. Zo verbieden camperverhuurders hun huurders om de Conor Pass op Dingle te rijden, omdat de meeste daar met zware schade vandaan komen. De Healy Pass op Beara is in principe wel te doen, maar alleen voor mensen die hun camper en hun zenuwen uitstekend onder controle hebben. Het stuk tussen Allihies en Eyeries op Beara is af te raden, zeker bij regen. De Ring of Kerry is uitstekend rijden, maar kan je het beste tegen de klok inrijden (vanaf Killarney eerst naar Killorglin) omdat de tourbussen die richting moeten nemen en zo kom je ze niet als tegenligger tegen.

 

In geval van twijfel kan je altijd informatie vragen aan de Ieren naast je op een parkeerplaats of in de pub. Negen van de tien keer krijg je als reactie “Take your time and you’ll be fine” en vaak klopt dat: rustig aan en alle tijd nemen en dan lukt het wel. Wel is het zo dat Ieren al uit gewoonte alles op de helft van het tempo van Nederlanders doen, dus als zij zeggen ‘rustig aan’, dan betekent dat maximaal 20 kilometer per uur en veel stoppen.

 

Het is in Ierland vrijwel onmogelijk een snelheidsbekeuring te krijgen: de wegen hebben een veel hogere maximumsnelheid dan de weg aan kan. Daardoor heb je met de camper vaak een auto achter je. Probeer even ergens bij een huis of een oprit stil te staan zodat zij kan passeren. Je krijgt de knipperlichtjes als dank!

 

Verkeersborden

Ierland wint ongetwijfeld de eerste prijs voor originele verkeersborden. De vormgeving van de borden ‘pas op kinderen’, ‘verboden in te halen’, ‘kans op file’ zijn ronduit koddig. Op z’n minst verwarrend zijn de parkeerborden: een rond wit bord met rode rand met een P erin betekent dat je er WEL mag parkeren. Pas als er een streep door de P staat, mag het niet. Hetzelfde geldt voor borden met een camper erop.

Camperen in Ierland, verkeersborden

Verkeersborden

Ierland wint ongetwijfeld de eerste prijs voor originele verkeersborden. De vormgeving van de borden ‘pas op kinderen’, ‘verboden in te halen’, ‘kans op file’ zijn ronduit koddig. Op z’n minst verwarrend zijn de parkeerborden: een rond wit bord met rode rand met een P erin betekent dat je er WEL mag parkeren. Pas als er een streep door de P staat, mag het niet. Hetzelfde geldt voor borden met een camper erop.

 

Camperplaatsen

Camperen in Ierland is vrij nieuw en dat heeft voor- en nadelen. Een nadeel is dat er nauwelijks camperplaatsen speciaal voor campers zijn. Campings die ook ruimte bieden aan campers zijn er wel, maar die zijn heel duur, vanaf ongeveer € 30 per nacht. Het grote voordeel is dat er nog weinig regelgeving rond camperen is en dat wild staan in principe mag. Wel zijn diverse steden en regio’s aan het experimenteren met regels voor het parkeren en overnachten met campers en dat is lang niet altijd in het voordeel van de camperaar. Gezien de enorme toename van campers in Ierland verwacht ik wel dat er nieuwe regelgeving komt: zowel wat betreft het mogen wild staan, als het aantal camperplaatsen.

 

De vertrouwde app Campercontact geeft vrij weinig overnachtingslocaties en Park4night deelt veel plaatsen die ongeschikt zijn voor grotere campers. Download de app Motorhome Parking Ireland en je hebt al veel meer keuze, inclusief veel pubs waar je op de parkeerplaats mag staan. Een nadeel van deze app is dat er geen coördinaten of adressen op staan en dat je zelf even met behulp van de kaart moet uitzoeken waar de overnachtingsplaats is. Met een beetje oefening lukt dat.

 

Het grootste nadeel van het gebrek aan camperplaatsen is het gebrek aan voorzieningen. Het is zeker in de afgelegen gebieden van tevoren plannen waar je je zwart en grijs water loost. Schoon water tappen is makkelijker omdat er altijd wel ergens een kraan te vinden is.

 

Een probleem voor de buitenlandse camperaar zijn vuilnisbakken: in Ierland loopt een campagne om je afval mee naar huis te nemen en daar weg te gooien. Dat heeft tot gevolg dat er vrijwel nergens afvalbakken zijn. Ook dit moet je dus plannen: zo min mogelijk afval veroorzaken en het weggooien zodra je ergens een gelegenheid ziet. Als je wild staat kan het zomaar een paar dagen duren voor je een afvalbak tegenkomt! Let op: op het zomaar weggooien van afval staan hoge boetes!

 

Parkeren

De camper ergens parkeren mag in principe overal, maar er zit een groot MAAR aan. Ierse autoriteiten zijn panisch over ‘travellers’, de Ierse variant van zigeuners en woonwagenbewoners. Veel parkeerplaatsen, ook uitzichtpunten en parkeerplaatsen van supermarkten, zijn afgesloten met hoogtebalken. Soms kan je zelfs in een stad bij geen enkele supermarkt parkeren. Je doet er weinig aan, maar wees erop voorbereid dat je te pas en vooral te onpas voor zo’n balk kan komen te staan.

Camperen in Ierland, camperplaatsen
Met de camper in Ierland
bezienswaardigheid ruïne, met de camper in Ierland

Taal

Ierland is tweetalig: Engels en Iers (Gaelic) en onder andere alle verkeersborden zijn tweetalig. Iedereen leert op school de andere taal als tweede taal, dus je kan met Engels overal terecht. Gebieden waar Gaelic de eerste taal is worden op de weg aangeduid met ‘An Ghaeltacht’. Problemen zal je er niet mee krijgen, zolang je onthoudt dat het damestoilet aangeduid wordt met ‘Mná’ en het herentoilet met ‘Fir’.

 

Water

Het water is in heel Ierland prima te drinken, maar voor ons Nederlanders zit er misschien iets te veel chloor in. Flessenwater is het goedkoopst bij Aldi.

 

Boodschappen

Iedere plaats van enige omvang heeft supermarkten als Tesco, Aldi en Lidl. De Ierse supermarktketens zijn SuperValu en Mace. Daarnaast hebben de benzinepompen in de meer afgelegen gebieden een winkel met basisbenodigdheden. In heel erg afgelegen gebieden heeft de pub meestal een klein winkeltje.

 

Gas

De app van Motorhome Parking Ireland vermeldt de benzinestations die LPG gas hebben. Propaangasflessen kan je niet laten bijvullen. Tina heeft bij Ger Walters Fuels in Limerick haar lege Nederlandse gasflessen gestald en Ierse Calor flessen geleend. Op de laatste dag in Ierland is ze weer naar Limerick gereisd om de Ierse flessen te ruilen tegen haar eigen Nederlandse flessen. Vergeet niet om daarvoor ook een koppelstuk mee te nemen. Deze stukken vind je bij de meeste kampeerwinkels.

 

Wasmachines

Campings beschikken vrijwel altijd over wasmachines, maar ook de bekende Franse Révolution wasmachines zijn in Ierland in overvloed aanwezig. Waar ze staan vind je op de website revolutionlaundry.ie/locations/. Toch fijn om even je kleren, handdoeken of beddengoed te wassen.

Met de camper in Ierland, pub langs de weg

Camperroute door Ierland

Dit is de camperroute door Ierland die Tina reed met haar camper Lilly. Een mooie route die cultuur en natuur combineert.

 

1. Dublin

Zelfs als je niet zo’n ‘stadsreiziger’ bent, is Dublin de moeite waard. Het centrum is overzichtelijk en barst van de geschiedenis, cultuur en goede pubs. Bezoek Trinity College met het beroemde Book of Kells, wandel over de Liffey via de iconische Ha’penny Bridge, of dompel je onder in de wereld van Guinness in de Guinness Storehouse. Ook leuk: een avond in Temple Bar (toeristisch, maar gezellig), of juist een rustige wandeling door Phoenix Park, een van de grootste stadsparken van Europa.

 

In het centrum van Dublin is parkeren met een camper vrijwel onmogelijk. Gelukkig zijn er campings net buiten de stad die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer of de fiets. Een aanrader is Camac Valley Tourist Caravan and Camping Park, op zo’n 10 km van het centrum. Het is een hele grote camping, met prima voorzieningen en een rechtstreekse busverbinding naar het centrum.

Dublin Ierland

2. Wicklow Mountains

Na een paar dagen in Dublin is het heerlijk om de natuur op te zoeken. Op nog geen uur rijden ligt het Wicklow Mountains National Park, een ruig en groen gebied vol heuvels, kliffen, bergmeren en smalle bergwegen. De route ernaartoe via de Old Military Road is al een belevenis op zich, met uitzicht op het beroemde ‘Guinness Lake’ en eindeloze heidevelden. Dé highlight van deze regio is Glendalough, een kloosterdal met indrukwekkende ruïnes en wandelroutes langs twee gletsjermeren.

 

Overnachten kan goed bij de Roundwood Caravan and Camping Park, een rustige plek in een charmant dorpje vlak bij het nationale park. Wildkamperen is hier niet toegestaan, maar er zijn genoeg kleine campings met prima voorzieningen. De Wicklow Mountains zijn perfect om te wennen aan het links rijden en alvast te genieten van het gevoel van vrijheid dat deze reis zo bijzonder maakt.

Wicklow met de camper naar Ierland

3. Kilkenny

In Kilkenny parkeerde ik de camper op Tree Grove Caravanpark Campercontact site nr. 10147 Een mooie camping met alle voorzieningen. Nauwelijks duurder dan de enige voor campers geschikte parkeerplaats in de stad. Het centrum is met de fiets uitstekend bereikbaar.

 

Je fietst dan langs de rivier de Nore, via de universiteit en komt uit bij het Kilkenny Castle. Dit is een enorm groot kasteel in een prachtig groot park. Het kasteel is oorspronkelijk gebouwd door de Normandiërs, maar door de eeuwen heen vele malen verbouwd. In een van de twee vleugels die open zijn voor het publiek is een museum voor moderne kunst. Aan de overkant van de weg zit de National Craft Gallery met winkels met toeristische dingen. Leuk om een indruk te krijgen van wat er allemaal ‘typisch Iers’ is, maar wie van plan is noordelijker te reizen doet er goed aan nog even te wachten met de inkopen. Aan de rivier ligt een pleintje met daarop een groot standbeeld voor de hurling-spelers van de stad. Hurling is een van de nationale sporten van Ierland die nergens anders gespeeld worden.

 

Kilkenny is een oude stad, een regio hoofdstad, met kleine straatjes, pubs, straatmuzikanten en winkeltjes en ook grote winkels. Heerlijk om een dag doorheen te dwalen. Interessant is de 13e eeuwse St. Canice’s Cathedral met een round tower, de andere grote kerk in het stadje is St. Mary’s en die is niet echt de moeite van het omlopen waard. De Dominican Black Abbey is wel mooi en interessant, maar doe geen moeite St. Francis Abbey te vinden: die ligt op een afgesloten fabrieksterrein. Ach ja, als je zoveel van die abdijen hebt, kan je er wel eentje missen.

 

Voor Kilkenny is het de moeite waard om je uitgebreid in te lezen of langs de plaatselijke VVV te gaan. Er zijn talloze huizen met een interessante geschiedenis, het museum in het Rothe House, er is veel kunstnijverheid, de stad is een echt biercentrum met diverse bierbrouwerijen en je kan als toerist een Hurling-les krijgen. De stad heeft opmerkelijk veel te bieden voor een stad van twintigduizend inwoners.

 

4. Op weg naar St. Mullins

Onderweg naar St. Mullins zijn een aantal mooie plekken om te stoppen. Thomastown is een van die plekken. Hier vind je een superstoer kasteel gebouwd door de Anglo-Normandische troepen. Gelukkig is er een parkeerplaats om even te stoppen. Verder staat Thomastown in geen enkel boekje, maar welke kant je ook op kijkt, er staat een ruïne van iets: een kerk, een toren, een kasteel. De rivier is bij Thomastown erg populair bij vliegvissers.

 

Ook Inistioge is een pittoresk klein dorpje met de nodige ruïnes van kastelen en kerken. Inistioge ligt aan de rivier de Nore en heeft een heerlijke tuin aan de rivier met uitzicht op de brug. Boven in het dorp zie je de hele kerkelijke geschiedenis van Ierland in één oogopslag: drie kerken op één grasveldje: een katholieke van ná 1869, een Church of Ireland van ná 1600 en een hele oude van vóór 1600. Kijk in Inistioge vooral ook naar de grond: hier ligt een van de weinige putdeksels uit 2016 die eraan herinnert dat in 1916 de eerste stappen naar een onafhankelijke Ierse staat werden gezet.

Kilkenny kathedraal, met de camper naar Ierland
Saint Canice's Cathedral Kilkenny
Inistioge kerkje
Inistioge brug, Ierland

5. St. Mullins

St. Mullins zelf is een paar huisjes, een pub en uiteraard een abdijruïne. Hier kan je goed zien dat ondanks dat abdijen en kerken vaak ruïnes zijn, de Ieren er de voorkeur aan geven om op deze oude gewijde begraafplaatsen begraven te worden. De abdij stelt hier weinig meer voor, hij was al door de Vikingen vernield vóór Henry VIII er de kans toe kreeg, maar het kerkhof er omheen is enorm groot. St. Mullins’ abdij was ooit wel groot en beroemd, want hier is in de 8e eeuw het Book of Moling geschreven, wat in één adem genoemd wordt met de Book of Kells. Naast het kerkhof ligt de ‘motte and bailey’ een aarden basis waarop de Noormannen snel een houten fort konden bouwen.

 

Net voor je met de fiets vanuit St. Mullins in Graiguenamanagh komt, kom je na de drie sluisjes langs Tinnahinch castle. Er is weinig van over, maar wat ik er leuk aan vond is dat er in Ierland zo veel ruïnes zijn, dat het zomaar kan voorkomen dat een kasteelruïne in iemands achtertuin staat. Graiguemanagh is een gezellig dorp met uiteraard een goede pub. Aan de overkant zit een restaurant dat in de zomer overdadig versierd is met bloeiende planten. De voormalige vluchteling die het restaurant exploiteert doet dat als wederdienst aan het dorp dat hem en zijn gezin heeft opgenomen. Bezienswaardig in Graiguenamanagh is de Duiske Abdij en dan vooral omdat deze nog in gebruik is. Over de rivier loopt een fotogenieke Ierse brug.

 

Overnachten kan op Campercontactsite nr. 49834. Hier is het heerlijk vrij staan langs de rivier, met een gezellig café aan de rivier en een goede pub boven op de heuvel. Terwijl ik hier stond, opende een camperplaats in Graiguenamanagh, zes kilometer noordelijker langs de rivier. De camperplaats was meteen populair bij de Ieren, dus waarschijnlijk zie je de campers al van verre staan.

St Mullins castle, camperroute Ierland

6. Jerpoint Abbey

Op weg naar Cahir maakte ik een stop bij Jerpoint Abbey. Dit is op zich niet zo’n bijzondere abdij, ware het niet dat ze deze abdij hebben uitgekozen om goed te onderhouden. Alle bijzondere stenen met reliëfs die ze in ruïnes uit de omgeving vinden worden hierheen gebracht. Wie dus maar één abdij wil zien, doet er goed aan naar deze te gaan; het kost weliswaar entree, maar daarvoor krijg je dan ook de hele uitleg en de mooiste details van alle andere abdijen in één keer.

 

7. Cahir

In Cahir parkeerde ik op de Apple Farm, een kleine boerencamping een paar kilometer buiten Cahir en veruit de leukste camping van heel Ierland. De Apple Farm is een grote boomgaard van een oorspronkelijk Nederlandse familie die daar een beetje een ouderwetse, maar misschien daarom wel zo leuke, kampeerplaats bij heeft gemaakt. Ze hebben ook een landwinkel waar ze de allerlekkerste cider van Ierland verkopen en de lekkerste aardbeienjam ooit. Nee, ik krijg hier niet voor betaald, ik vond het echt zelf en bleef er een week staan.

 

Cahir werd al snel een van mijn favoriete plaatsjes in Ierland. Vanaf de Apple Farm kon ik er via achterweggetjes heen fietsen en kwam dan uit bij de prachtige brug over de rivier de Suir en het grote kasteel dat oorspronkelijk door familie O’Brien gebouwd werd in 1142, maar vooral bekend is vanwege James Butler, die na de verovering van Ierland door Normandiërs en Engelsen hier de scepter zwaaide. Net buiten Cahir staat Swiss Cottage wat nogal een toeristische attractie is, maar eerlijk gezegd is het leukste de fietstocht er naartoe. Nog een klein beetje onbetaalde reclame: in Cahir centrum is ‘the lazy bean café’ wat niet alleen een uitstekende naam is voor een café, maar wat ook een lekker lunchcafé is. Heel Cahir komt daar lunchen of koffie drinken en ik werd gewoon in de dagelijkse gang van dorpszaken opgenomen.

 

8. Omgeving van Cahir

Vanuit Cahir is het maar een kort ritje naar Cashel, zo’n plaats waar je geweest moet zijn. The Rock of Cashel is wereldberoemd omdat het een filmlocatie van diverse films en tv-series is. Dat is ook wel logisch, want het is een prachtig complex van abdij- en kasteelruïnes bovenop een berg. Cashel is al een stad sinds de vierde eeuw en eeuwenlang was het de hoofdstad van het koninkrijk Munster. De stad heeft een lange en uitgebreide geschiedenis en iedereen die belangrijk is geweest voor de Ierse geschiedenis heeft er iets van betekenis gedaan, van Brian Boru die de stad versterkte, tot Elizabeth I die Cashel de hoofdstad van de Anglicaanse kerk in Ierland maakte. Er staat dan ook nog steeds een grote kathedraal. Maar nu is het vooral een gezellig stadje met leuke winkelstraatjes, een interessant folklore museum, Cashel Folk Village, en mooie oude gebouwen zoals St. Dominick’s Abbey. Net ten westen van Cashel ligt in een weiland nog een fantastische abdij ruïne: Hore Abbey, waar je gewoon door het weiland naartoe kan lopen. Van hieruit heb je een beter uitzicht op het totale complex van de Rock of Cashel. Maar het mooiste uitzicht heb je wanneer je vanuit Cashel de R660 naar Holycross rijdt, de camper even parkeert en achterom kijkt.

 

Parkeren met de camper is lastig in Cashel: er is een grote parkeerplaats bij de Rock of Cashel, maar als het druk is – en dat is het vaak – worden de parkeerplaatsen gereserveerd voor gewone auto’s en tourbussen. Ik vond een plekje bij de brandweerkazerne, daar mag je weliswaar officieel maar twee uur staan, maar de parkeerplaatsen zijn daar groot genoeg voor een camper.

 

Holycross zelf is ook de moeite waard: een schattig middeleeuws dorpje met cottages met rieten daken, een uitstekende pub aan de rivier, een mooie brug en een hele grote abdij, maar dit keer een gerestaureerde. De abdij is oorspronkelijk in 1180 gebouwd, diverse keren verwoest en uiteindelijk weer heropgebouwd en heropend in 1975.

 

Dit hele gebied is bijzonder genoeg om een hele vakantie door te brengen. Behalve Cahir, Cashel en Holycross, liggen er ook de plaatsen Fethard en Clonmel waar ik niet eens aan toe gekomen ben. Alleen het enige plaatsje met een bekende naam, Tipperary, is weinig interessant.

 

9. De R668

Een andere camperaar vertelde me dat ‘The Vee’ zo prachtig in bloei stond met rododendrons en dat dat nú was en volgende week misschien niet meer. Dat wilde ik zien. Het was nog even zoeken waar ik heen moest: er was een plaatsje ‘The Vee’, maar dat lag duidelijk oostelijker dan mijn informant bedoelde. De weg die ik moest hebben was de R668 en met ‘The Vee’ bedoelde hij de Vee Gap in de Knockmealdown Mountains, tussen Sugarloaf Hill en Knockshanahullion. Ierse geografische namen zijn soms echt hilarisch als je de klemtoon even anders legt: knock-me-al-down mountains.

 

Onderweg naar de rododendrons reed ik langs Melleray Monastery die wel groot en niet erg bijzonder is, maar wel in een prachtig wandelgebied ligt. De rododendrons van The Vee waren inderdaad prachtig: compleet roze bloeiende berghellingen! Bovendien op de mooiste plekken handige parkeerplaatsen, ook voor campers! De Ierse variant van Natuurmonumenten is niet blij met de rododendrons omdat het geen inheemse plant is en het veel te goed doet: hij overwoekert alle planten die er wél thuishoren. Ik begrijp Natuurmonumenten wel, maar oei wat was het mooi! Het is maar twee weken per jaar – in juni – dat ze allemaal tegelijk bloeien en ik was heel blij dat ik hoorde dat het net was toen ik er in de buurt was.

 

10. Terug naar Rosslare

Vanaf Lismore reed ik richting Rosslare om daar de ferry terug te nemen. Je zou denken: gewoon doorrijden. Maar zoals zo vaak in Ierland, is de route zelf minstens zo leuk als de bestemming. Lismore zelf is een charmant stadje aan de rivier, vooral bekend vanwege het indrukwekkende kasteel. Het ligt deels verscholen achter oude muren, maar vanaf de brug heb je een prachtig uitzicht over de tuinen en de torens. Een fijne plek om even rond te lopen of een koffie te drinken voordat je doorrijdt.

 

Vanaf Lismore volg je de N25 oostwaarts richting Rosslare. Onderweg kun je een stop maken in Dungarvan of bij een van de kleine dorpen aan de kust, maar de route is ook prima in één keer te rijden. Heb je nog tijd over, rijd dan een stukje om naar Kilmore Quay – een wit vissersdorpje met rieten daken, een klein haventje en de beste fish & chips uit de regio. In Rosslare zelf kun je voor vertrek nog een wandeling maken over het strand. Daarna is het toch echt tijd om de ferry op te rijden en met een berg mooie ervaringen huiswaarts te keren.

Wicklow mountain, Ierland

Meer zien van Ierland? Rijd door naar de westkust

Er zijn in Ierland nog zoveel mooie plekken te ontdekken. Heb je lang de tijd? Dan wil je ook de westkant van het land verkennen. Hier vind je de stad Galway en even verderop de imposante Wild Atlantic Way. Via The Clifs of Moher daal je af naar het zuiden of een stukje te rijden over The Ring of Kerry (N70 + N71). Deze laatste is de bekendste en mooiste weg van Ierland. Trek een dag uit voor de stops op deze weg en bezoek zeker de Ladies View, de Kerry Cliffs en de Gap of Dunloe. Al is eigenlijk alles mooi op de Ring of Kerry.

 

Nog een paar handige tips

  • Neem een regenjas mee: Het weer in Ierland is onvoorspelbaar en kan meerdere seizoenen op één dag laten zien. Een goede regenjas is geen overbodige luxe.
  • Tanken is goedkoper buiten de steden: Op het platteland liggen de brandstofprijzen vaak lager dan in stedelijke gebieden. Even omrijden kan dus lonen.
  • Gebruik offline navigatie: Niet overal in Ierland heb je goed bereik. Een kaart-app die offline werkt, zoals Maps.me, of een papieren kaart kan handig zijn.
  • Omarm de spontaniteit: Niet alles hoeft van tevoren vast te liggen. Laat ruimte voor spontane stops en onverwachte overnachtingen, je weet namelijk nooit waar een leuke ontmoeting in een Ierse pub toe kan leiden.

 

Klaar voor jouw eigen camperavontuur in Ierland?

Met de camper naar Ierland gaan is iets wat iedere camperaar minstens één keer gedaan moet hebben. Het is een reis vol vrijheid, natuur, avontuur én verrassingen onderweg.

 

Droom jij ervan om dit zelf te ervaren, maar heb je nog geen camper? Neem dan eens een kijkje bij het aanbod van campermakelaar Motorhome Depot. Wie weet staat jouw ideale camper er tussen. Ben je juist toe aan een nieuwe camper voor je volgende reis? Kijk dan ook naar de inruilmogelijkheden en ontdek hoe je eenvoudig kunt overstappen naar een camper die helemaal bij je wensen past.