Camperroute West-Frankrijk

Zin in een roadtrip met kliffen, kastelen, krijtrotsen en knusse dorpjes? Dan is West-Frankrijk de perfecte bestemming. Deze regio zit vol afwisseling en is goed bereikbaar met de camper. Vanaf de eerste stop voel je dat je op vakantie bent: brede stranden, sfeervolle pleinen en een bakkerij op de hoek. Camperaar Tina reed deze route al eerder en stelde een camperroute West-Frankrijk samen langs haar favoriete plekken. In dit artikel lees je stap voor stap welke plaatsen je aandoet, waar je makkelijk kunt overnachten met de camper én hoe je het beste naar West-Frankrijk rijdt. Zo weet je precies waar je aan toe bent voordat je op pad gaat.

Praktische info: met de camper naar West-Frankrijk

Beste reistijd

West-Frankrijk is een ideale zomerbestemming. De campings en camperplaatsen zijn dan volop open, de dorpjes bruisen van leven en je hebt de meeste kans op mooi weer. Houd wel rekening met de Franse schoolvakanties: in juli en augustus kan het druk zijn aan de kust. Als je naar een camping wil, kan het dan soms nodig zijn om vooraf te reserveren.

 

Afstand vanuit Nederland

De camperroute West-Frankrijk begint al snel na de Belgische grens. Vanaf Utrecht is het ongeveer 4,5 uur rijden naar Wissant, de eerste stop in dit artikel. Je zit dan meteen aan zee en voelt direct dat je in Frankrijk bent.

 

Aanrijroutes

De snelste en meest ontspannen route is via België en Lille, richting Boulogne-sur-Mer. Vermijd als het even kan de omgeving van Parijs: dat scheelt flink wat stress én tijd. Navigatie ingesteld op ‘tolwegen vermijden’ is handig als je geen zin hebt in extra kosten, maar dan doe je er wel wat langer over.

 

Als je via Lille rijdt, moet je wel rekening houden met de milieuzone. Tegenwoordig zit de snelweg ook in die zone. Check voor vertrek op www.certificat-air.gouv.fr of je een vignet nodig hebt voor jouw camper. Je moet je milieusticker vooraf bestellen. Het kan ook zijn dat je camper niet in aanmerking komt voor een sticker. Probeer Lille dan te vermijden en stel eventueel rond Gent de navigatie in op ‘snelwegen vermijden’.

 

Milieuzones

Ook andere steden in Frankrijk hebben steeds vaker een milieuzone. Voor de meeste plekken in dit artikel zijn die niet van toepassing, maar de Franse overheid is er druk mee bezig en breidt de zones steeds verder uit. Het kan dus geen kwaad om dit goed vooraf te checken. Met een nieuwe camper en een sticker zul je waarschijnlijk weinig problemen ervaren, maar met oudere voertuigen kan dit zeker wel voor problemen zorgen. Steeds meer steden schijnen ook camera’s te hebben, daarmee wordt de kans op een boete ook groter als je zonder sticker de milieuzone inrijdt.

 

Tolkosten en brandstof

Op de tolwegen betaal je per traject aan de tolpoortjes. Een rit van Calais naar Bordeaux kost met een klasse 2 camper ongeveer € 60 aan tol. Let trouwens wel op, want er zijn in Frankrijk steeds meer ‘free flow’ tolwegen. Je moet dan online binnen 72 uur betalen. Dit geldt onder andere voor de tolweg tussen Parijs en Caen. Een tolbadge zorgt ervoor dat je direct betaalt.

 

Diesel en benzine zijn in Frankrijk soms goedkoper dan in Nederland, vooral bij supermarkten zoals Intermarché of Leclerc. Vergeet niet dat je op sommige tankstations alleen kunt betalen met een creditcard.

 

Handige apps voor onderweg

Tina gebruikte Campercontact en Park4Night om overnachtingsplekken te vinden. Campercontact is overzichtelijk en geeft veel info over voorzieningen. Je vindt er ook info over sanistations. Park4Night is wat avontuurlijker en laat ook vrije plekken zien, maar die zijn niet altijd geschikt voor grotere campers. Foto’s en reviews lezen voorkomt verrassingen.

 

Je kan ook gebruik maken van France Passion. Voor €33,- per jaar kan je lid worden. Daarna kan je met jouw unieke code de app downloaden. De app (en het bijgeleverde boek) geeft je toegang tot honderden unieke gratis camperplekjes op het terrein bij boeren, kleine winkeltjes of refuges. Zo sta je niet alleen op waanzinnig mooie en rustige plekken, maar kom je ook in contact met de Fransen en sla je hier en daar wat lekkere lokale producten in.

 

Wildkamperen of camperplaatsen?

Officieel mag je in Frankrijk niet wildkamperen, maar overnachten op openbare parkeerplaatsen wordt vaak gedoogd – mits je je netjes opstelt. Toch zijn de camperplaatsen in Frankrijk meestal zo goed gelegen en betaalbaar, dat het bijna zonde is om ergens stiekem te gaan staan. Veel dorpen hebben een officiële ‘aire de camping-car’, soms gratis, soms met voorzieningen voor een paar euro per nacht. Of maak dus gebruik van France Passion.

Camperroute West-Frankrijk: van noord naar zuid

Tina reed deze route op weg naar Portugal, maar het is ook een prachtige route om te rijden tijdens een paar weken vakantie. Ze deelt graag haar tips!

 

Wissant

In Frankrijk stop ik eigenlijk altijd als eerste en als laatste stop in Wissant. Niet dat Wissant zo bijzonder is, maar het heeft prachtige stranden en uitzichten en je zit meteen in de buitenlandse vakantiesfeer. Bovendien kan je er heerlijk koffie drinken op het plein en eten bij Chez Nicole. En Wissant heeft een uitstekende gratis camperplaats, ook niet onbelangrijk. Wie wil kan hier in de omgeving bunkers uit de wereldoorlogen bezoeken. Maar vooral de twee uitstekende kliffen Cap Blanc -Nez in het noorden en Cap Gris-Nez in het zuiden zijn de hoogtepunten hier. Dit stuk Frankrijk heeft veel kenmerken van België, niet in de laatste plaatse de namen van de dorpen en steden. Zo is Wissant een verbastering van Witzand, een keer raden waarom!

Campercontact site nummer: 1327. Een hele grote camping, die z’n geld eerlijk gezegd niet waard is. Campercontact site nummer: 11094 is een prima gratis camperplaats aan de buitenkant van Wissant, centrum en strand zijn prima te belopen.

 

Le Tréport

Een andere favoriete stop van mij – en velen met mij – is Le Tréport. Niet gratis, maar wel een prachtige camperplaats boven op de honderd meter hoge kliffen met prachtig uitzicht op zee. Er gaat een funiculaire, een lift-treintje, van de klif naar het dorp beneden. Hoewel Le Tréport een heel leuk plaatsje is, vind ik Mers-les-Bains aan de andere kant van het sluisje eigenlijk nog leuker. Hier staan enorm veel prachtige Art Nouveau huizen in het fin du siècle, de Belle Epoque, gebouwd door rijke Parijzenaars die hier vakantie kwamen vieren. Een prachtig tijdsbeeld.

 

Campercontact site nummer: 1160. Niet de spectaculaire camperplaats op de klif, die was – zoals heel vaak – vol, maar die in Mers-les-Bains wat eigenlijk een mooier stadje is.

Camperroute West-Frankrijk Le Treport

Honfleur (en het oversteken van de Seine)

Na Le Tréport is het zaak om te bekijken hoe je de Seine overgaat. De meest voor de hand liggende optie is de Pont de Normandie. Deze prachtige brug over de Seine bij Le Havre is meer dan twee kilometer lang en het wegdek ligt op zestig meter hoogte. Die hoogte betekent dat het met wind niet aan te bevelen is met een camper over deze brug te rijden. Bovendien is het een tolbrug die voor klasse 2 campers € 6,40 kost en voor klasse 3 € 7. Het voordeel is natuurlijk dat je na de brug bijna direct in Honfleur bent, een van de schattigste dorpen aan de noordwest kust van Frankrijk. Ook wie niet over de Pont de Normandie rijdt, moet echt een keertje naar Honfleur. Het centrum van het dorp ligt rond het vissershaventje en is op duizenden schilderijen vereeuwigd. Alleen al vanwege Honfleur is het zeker de moeite waard om toch een keer te investeren in de Pont de Normandie.

 

Campercontact site nummer: 1151. Een hele grote camperplaats, die toch regelmatig vol is, omdat Honfleur nou eenmaal razend populair is.

 

Wie niet kiest voor de Pont de Normandie kan via Rouen rijden, wat een uiterst efficiënte, maar niet erg pittoreske route is. Wel opletten dat je bij de tunnel de maximumsnelheid in de gaten houdt, er staan flitsers. De brug bij Tancarville is ook een optie, maar ook erg hoog en met tol: € 3,30 en € 3,90 voor campers klasse 2 en 3. Dan is de brug bij Les Andelys een heel stuk beter! Ik ben daar al wel over de Seine gegaan, maar ben er nog nooit gestopt, dat staat nog op mijn todo-lijstje. Het is een prachtige omgeving en daar ontdekte ik voor het eerst dat de Seine aan de noordoever kliffen heeft! De noordoever ligt een heel stuk hoger dan de zuidoever.

Pont de Normandie, camperroute West-Frankrijk
haven Honfleur, camperroute West-Frankrijk

Jumièges

Mijn favoriet is tot nu toe de Pont de Brotonne. Niet omdat het zo’n mooie brug is, of omdat de brug gratis is, wat hij inderdaad is, maar omdat daar vóór je de rivier oversteekt, de abdij van Jumièges ligt. Jumièges is veruit de mooiste kloosterruïne van Frankrijk. De abdij stamt uit de 7e eeuw, maar werd diverse malen geplunderd door onder meer de Vikingen en telkens weer herbouwd, verbouwd en uitgebreid. De huidige ruïnes stammen uit de 11e en 16e eeuw en de abdij staat leeg sinds de Franse Revolutie. Werkelijk een van de mooiste abdijruïnes die ik ooit gezien heb. En er ligt nog een gezellig dorpje omheen ook.
 
Campercontact site nummer: 3447. Prima parkeerplaats op loopafstand van de abdij.

kloosterruine Jumièges

Cambremer

Eenmaal de Seine over, is het eigenlijk overal mooi. Het is moeilijk om een camperplaats te vinden die niet in een leuk dorp of een mooie omgeving ligt. Ik had twee afspraken, een vlakbij Rennes en een net in Bretagne, dus mijn route liep weer verre van logisch, maar wel over leuke wegen!
 
Ik was onderweg naar Portugal, dus na de Seine sloeg ik niet rechtsaf naar Normandië, maar reed rechtdoor. Zoekend naar een leuke stop keek ik op Campercontact en kwam terecht in Cambremer. Een schattig dorpje! Met een heerlijk pleintje, waar helaas alles corona-gesloten was. Maar hier ga ik zeker nog een keer naar terug, want het was een fijne camperplaats in een leuk dorpje.
 
Campercontact site nummer 1302. Een fijne parkeerplaats in een lief dorp.

 

Vitré

Mijn afspraak was in Vitré. Een oude stad van een fijn formaat met een mooi kasteel. Ik ben er even doorheen gelopen en het zag er allemaal mooi uit met hele leuke terrasjes, waarvan er zelfs een paar open waren. Ik kocht er een mondkapje van goede kwaliteit met de Bretonse Triskel! Vitré heeft geen camperplaats, maar wel een slecht onderhouden camping municipale die bovendien ook nog eens twee kilometer buiten het centrum ligt. Zouden ze daar misschien niet dol zijn op camperaars?
 
Campercontact site nummer 2191. Een camping met achterstallig onderhoud, ver buiten het centrum.

Kasteel Vitré, camperroute West-Frankrijk

Josselin

Mijn tweede afspraak was in Bretagne en dus reed ik naar een oude favoriet: Josselin. Een lief stadje met een heerlijk kasteel zoals een kasteel hoort te zijn en een leuk klein centrum. Storm Alex werd hier verwacht toen ik in Josselin was en gelukkig vond ik een plaatsje op de camperplaats midden in het dorp. Daardoor stond camper Lily redelijk beschut tegen de harde wind. Josselin heeft meerdere camperplaatsen, ook een hele mooie aan de rivier, maar daar sta je op gras en omdat de storm ook veel regen met zich meebracht, leek me dat minder verstandig. Beschermd door huizen, met de kont in de wind en grote campers aan weerszijden, zat ik de storm probleemloos uit. Gelukkig! De volgende dag meldden de nieuwssites flink wat schade in de omgeving.
 
Campercontact site nummer 1248. Prima parkeerplaats op loopafstand van het leuke centrum en prachtige kasteel.

Kasteel Josselin

Vivonne

Maar het weer was nog steeds slecht, dus voor de zoveelste keer kwam er niks van mijn plan om langzaam langs de kust af te zakken. Ik wilde het tweede deel van storm Alex, hij keerde om en kwam nog een keer terug, meer landinwaarts doorbrengen in Vivonne, een mij bekende camperplaats, waar ik ook zeker wist dat ik veilig zou staan. Maar voor een dag was dat te ver rijden, dus ik maakte een tussenstop in Grez-Neuville. Ook dit was weer een camperplaats die ik zomaar van Campercontact plukte en weer was het een groot succes.
 
De eigenlijke camperplaats is aan de rivier, maar daar was het mij te drassig met dit weer, dus ik koos ervoor om op de verharde parkeerplaats ernaast te gaan staan. Grez-Neuville is een tweelingstad aan de rivier de Mayenne. Het zag er zelfs met slecht weer schattig uit. De camperplaats beschikt over een van die dingen die ik zo ontzettend leuk vind aan Frankrijk: een baguette-automaat. In plaatsjes die geen eigen boulangerie hebben, hebben ze dit vaak zodat de bevolking toch vers stokbrood heeft. Je gooit er een euro in en er komt een verse baguette uit.
 
Vivonne is een van de meest praktisch gelegen camperplaatsen langs de westelijke route in Frankrijk. Gelegen aan de N10, zonder dat je last hebt van het verkeer. Er is helemaal niks mis met Vivonne, maar de stad is bij camperaars toch vooral bekend vanwege de ideale en goed bereikbare camperplaats. Je mag gratis parkeren op een aantal parkeerplaatsen naast het VVV-kantoor op het plein midden in de stad. Uiteraard zijn er de nodige voorzieningen, anders zou ik het geen ideale camperplaats noemen. Schuin tegenover zit de bakker met vers brood en op de hoek van het plein zit een prima pizzeria. Wat wil een camperaar nog meer?
 
Na de tweede helft van storm Alex goed te hebben doorstaan in Vivonne, begon het weer gelukkig op te knappen, waardoor ik het laatste stuk door Frankrijk heel langzaam aan kon doen en kon gaan genieten van de reis.
 
In Grez-Neuville vind je campercontact site nummer 52418. Romantische camperplaats aan mooie rivier. Mét baguette-automaat. In Vivonne: campercontact site nummer 3944. Een van de meest praktische camperplaatsen van Frankrijk.

 

Aubeterre-sur-Dronne

Mijn afspraak in Vitré had me aangeraden om, als ik daar toch in de buurt was, eens langs Aubeterre-sur-Dronne te rijden. Daar was een kerk waarvan hij dacht dat ik hem wel leuk zou vinden. Het lag in de richting, dus ik zette koers naar Aubeterre-sur-Dronne.
 
Pierre was een kruisridder en nam vanuit Jeruzalem een relikwie mee. Zo’n relikwie vereist een bijzondere kerk en die bouwde hij dan ook. De berg bestaat uit kalksteen en de kasteelheer liet een gigantische ondergrondse kerk uitbeitelen met als focus een uit één blok gehouwen relikwiehouder, die een exacte replica is van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. De relikwie zelf is natuurlijk al eeuwen zoek. De kerk is ruim zeventien meter hoog en bovenin is een galerij waar vandaan Pierre en zijn familie de kerkdienst konden bijwonen. Zo hoefden ze niet tussen het plebs te zitten en konden ze via hun eigen trap snel van hun kasteel naar de kerk lopen.
 
Aubeterre-sur-Dronne is sindsdien een tussenstop voor pelgrims die naar Santiago de Compostela lopen. Daarom is er nog een kerk gebouwd in romaanse bouwstijl. Het fascinerende van deze kerk is dat hij een voorkant heeft die helemaal niet aansluit op de rest van de kerk. Oorspronkelijk is de kerk in 1171 ingewijd en de pelgrims kwamen er in groten getale op af. Zodanig dat kersverse protestanten er brood in zagen om hem op 13 en 14 mei 1562 te verwoesten. Alleen de façade aan de voorkant bleef staan. Pas in 1710 is de rest weer aangebouwd, met de klokkentoren als laatste in 1860.
 
Campercontact site nummer 3979: een prachtig plekje aan de overkant van de rivier en op loopafstand van het dorp. In de zomer is het hier vast erg druk, maar nu, dankzij corona was het rustig.

Saint Emilion

Via prachtige D-weggetjes reed ik vervolgens naar Saint Emilion, wat zo’n beetje de hoofdstad is van de regio waar de Bordeaux wijn wordt gemaakt. Eindeloze wijngaarden met ‘chateaux’ erop die soms echte kastelen waren en soms vrij gewone huizen. Maar altijd in van die fantastische poederkleurtjes.
 
Saint Emilion zelf is een prachtig plaatsje dat gewoonlijk veel te vol is met wijnkopende toeristen, maar nu opvallend rustig. Deur aan deur zitten wijnwinkels, soms van één chateau, soms een die meerdere namen verkoopt. Het stadje is prehistorisch oud en de Romeinen legden hier, toen het nog Ascumbas heette, de eerste wijngaarden aan. In 767 is Saint Emilion vernoemd naar een monnik die kluizenaar was in een grot die hij eigenhandig uitgebeiteld had in een rots. Zijn leerlingen gingen enthousiast aan de slag in de commerciële wijnbouw.
 
Net als Aubeterre heeft ook Saint Emilion een kerk die uitgehouwen is in de rotsen en dus een ondergrondse kerk is. Alleen was deze bij gebrek aan bezoekers dicht. Bijzonder is dat de ‘gewone’ kerk hier boven op de rots staat en dat de twee kerken samen een klokkentoren delen die op het pleintje voor de ‘gewone’ kerk staat, wat dus feitelijk het dak van de ondergrondse kerk is.
 
Saint Emilion is een heerlijk dorp met smalle straatjes, terrasjes, wingerdbegroeiing, maar wel heel erg commercieel. Een van de vele kloosters is helemaal commercieel gegaan: in de kloostergang staan de tafels en stoelen van het restaurant en de kerk is een ontzettend hippe designwinkel!
 
Campercontact site nummer 53562: een hoogst vreemd ingedeelde parkeerplaats net buiten de stadsmuren. In normale tijden zal het hier een puinhoop van scheef geparkeerde campers zijn en zal het met name met grote campers heel moeilijk manoeuvreren zijn. Met dank aan corona kon ik er nu probleemloos staan.

Cadillac

Na Saint Emilion reed ik over de rivier de Dordogne en kwam uiteindelijk terecht in Cadillac. Natuurlijk wilde ik weten of het stadje wat te maken heeft met de auto’s: jazeker en nee! De auto Cadillac is genoemd naar Antoine de Lamothe Cadillac. Probleem is, deze persoon bestaat eigenlijk niet. Antoine Lamout emigreerde in 1683, toen hij 25 was, naar wat nu Canada is. Antoine was een slimme vent en hij dacht – terecht – met een wat deftigere naam wat meer indruk te maken op mensen die het voor het zeggen hadden. Hij maakte van zijn naam De Lamothe Cadillac en de Engelsen maakten daar Antoine de la Mothe, sieur de Cadillac van. Al snel werd hij commandant en stichtte het fort Pontchartrain du Détroit wat uit zou groeien tot de stad Detroit, het centrum van de auto-industrie. Vandaar dat een automerk in 1902 naar hem vernoemd werd. Hoewel Antoine eeuwenlang als held bekendstond, is hij inmiddels allang van zijn sokkel gevallen vanwege de manier waarop hij omging met de oorspronkelijke inheemse bevolking. Maar het stadje Cadillac kan er dus helemaal niks aan doen: zij wisten niet dat er in Canada iemand rondliep die zich Heer van Cadillac noemde.
 
Cadillac is een klein stadje aan de Garonne. Het bestaat voornamelijk uit een paleis van Jean-Louis de Nogaret de la Valette. Het paleis is gebouwd in 1599 en zou een van de eerste gebouwen in de typisch Franse architectuurstijl zijn. Van buiten is het nogal kaal, van binnen schijnt het mooi te zijn, maar het was gesloten. Dat is wel een nadeel van reizen in coronatijd: het is overal lekker rustig, maar veel is gesloten.
 
Cadillac heeft een prachtige stadsmuur met poorten – de een authentieker dan de ander – en binnen een paar leuke straatjes en een leuk plein. De kerk is van buiten mooi, maar van binnen weinig bijzonder. Wel leuk is het overdekte marktpleintje. Al met al viel het me vooral op dat er nogal veel rondhangende mannen waren en ik kreeg het vermoeden dat Cadillac niet het rijkste stadje van Frankrijk is.
 
Campercontact site nummer 1733: het is de officiële municipale van Cadillac, maar ik vond het een beetje een vies en luguber pleintje. Ik heb niet lekker geslapen en ben de volgende ochtend meteen weggereden naar een van de grote parkeerplaatsen aan de andere kant van het stadje. Die zijn veel prettiger en meer open, maar daar mag je niet overnachten.

Cadillac toren, camperroute West-Frankrijk

Les Landes

Vanuit Cadillac richtte ik de neus van Lily de Camper verder zuidwaarts. Ik had nog steeds geen haast, het was overal rustig door corona, dus ik besloot wat uitgebreider te toeren door Zuid-West Frankrijk, een regio waar ik normaal vrij snel doorheen rijd.
 
Ik besloot dat dit het moment was om Les Landes te verkennen. Ik heb waarschijnlijk als kind een boek gelezen dat daar speelde, want ik heb altijd al in mijn hoofd dat ik het daar wilde bekijken. De beelden die ik in mijn hoofd had, bleken niet te kloppen met de werkelijkheid. Ik had een romantische, wilde natuur in mijn hoofd, Les Landes bleek uit kilometerslange productiebossen te bestaan, met kaarsrechte wegen er tussendoor. Natuurlijk heeft Les Landes ook prachtige stranden, maar daar kwam ik dit keer niet voor. Twee dagen lang heb ik rondgereden door Les Landes om te zien of ik er iets leuks aan kon ontdekken, maar dat is niet echt gelukt.

 

Labastide d’Armagnac

Ik reed Les Landes gedesillusioneerd weer uit. Het werd gelukkig meteen weer leuk met een flinke verdedigingskerk in Roquefort en een fijn pleintje in St. Justin. Maar mijn bestemming was het overheerlijke plaatsje Labastide d’Armagnac. Een bastide is een versterkte nederzetting en dat heeft goed gewerkt, want het staat er nog steeds. Het stadje uit de 14e eeuw bestaat uit een prachtig plein met kerk en wat schattige straatjes eromheen. Aan de kant van het dorp waar de camperplaats is, staat een prachtig lavoir, de openbare wasplaats. Aan de andere kant van het dorp staat het Château de Prada, wat niks met schoenen te maken heeft, maar alles met wijn: het is geen château als in kasteel, maar château als in wijngoed.
 
Voor fans van wielrennen: zo’n twee kilometer ten zuiden van Labastide d’Armagnac ligt een kerk die de ‘Notre Dame de Cyclistes’ genoemd wordt. Binnen hangen er allemaal shirts en andere regalia van beroemde wielrenners. Alle wielrenners kunnen hier zegeningen voor hun fietstochten vragen.
 
Campercontact site nummer 21194. Een mooi veldje met voorzieningen tussen het stadje en de rivier. Bij nat weer niet op het gras gaan staan.

Capbreton

Kriskras door Zuid-West Frankrijk toerend kwam ik aan in Capbreton. Ik had al vaak over deze camperplaats aan het strand gehoord. Tot nu bracht ik de laatste nacht vóór en de eerste nacht ná Spanje altijd door op de camperplaats in Ondres. Die camperplaats is nu helemaal vernieuwd en niet meer gratis, dus kon ik net zo goed Capbreton eens uitproberen. Zelfs nu, in coronatijd, was het druk met vooral surfers, maar niet vol. Het lukte me een plaatsje pal aan het duin te veroveren. De stad Capbreton zelf is een niet al te indrukwekkend badplaatsje, maar het gaat hier ook vooral om het strand en de surf. Alleen de kerk is interessant: van buiten is al te zien dat deze kerk gewijd is aan de zeelieden, want de toren heeft een dubbelfunctie als vuurtoren. Binnen hangen prachtige zeeschilderijen, in de vloer zit de afbeelding van een anker. Bijzonder: de kerk beschikt over een ‘pieta’, dit is een beeld van Maria met een dode Jezus in haar armen. Daar zijn er niet veel van.
 
Capbreton: campercontact site nummer1798. Een enorme camperplaats waar wel honderd campers kunnen staan, misschien zelfs wel meer. Direct aan het strand, met uitstekende voorzieningen en niet duur. Een beetje te massaal naar mijn smaak, maar zo in coronatijd wel goed te doen.

Capbreton, camperplaats strand

Pays Basque

Frankrijk begon nu te dreigen met strengere corona maatregelen, dus ik moest door. Een klein rondje door Frans Baskenland kon er nog wel af. En oh, wat is het daar mooi! Ik bezocht La Bastide Clairence. Inderdaad, weer een versterkt stadje, net als Labastide d’Armagnac, maar dan met een heel andere sfeer. Allebei liggen ze boven op een heuvel met aan de top van de straat een kerk en allebei hebben ze een pleintje waar ik koffie kon drinken, maar daar houdt de vergelijking op. La Bastide Clairence is helemaal ingenomen door kunstenaars. Nu is dat niet erg, maar het verandert het karakter van zo’n stadje wanneer er geen winkels, maar wel veel galeries zijn. Het hele stadje bestaat uit de typisch witte Baskische huizen. Zo’n 80% heeft Baskisch rode en zo’n 20% Baskisch groene luiken. Ook moderne huizen zijn wit met meestal Baskisch rode luiken en accenten.
 
Via een prachtige route reed ik naar Espelette. Ik had weer een oud stadje verwacht, maar Espelette is het regionaal toeristisch centrum waar de Basken hun regionale producten en souvenirs verkopen aan bussen vol toeristen. Zelfs nu was het niet rustig. Een heel dorp vol met winkels en winkeltjes. Specialiteiten zijn onder andere de kettingen met pepers die aan de huizen te drogen hangen. Verder verkopen de winkels wijn, schapenkaas, allerlei dingen die je met die pepers kan maken, lokale cakes en allerlei kleding en aardewerk in de Baskische kleuren. Nieuw waren de mondkapjes met de Baskische vlag die ik natuurlijk meteen kocht.
 
Na Espelette spoedde ik me naar de Spaanse grens om Spanje binnen te zijn voor het wellicht niet meer zou kunnen.
 
In La Bastide Clairence vind je campercontact site nummer 63711. Ik stond op de parkeerplaats achter het zwembad met zelfs een parkje met picknicktafels. Erg leuk en op loopafstand van het stadje. In Espelette tref je campercontact site nummer 21125. Tsja, je moet nou eenmaal ergens staan om te overnachten en deze parkeerplaats ligt zo’n beetje in de stad. Ik denk dat het ná corona vaak onmogelijk is hier een plaatsje te vinden, maar nu was het redelijk rustig.

Opties

Er zijn natuurlijk heel veel andere mooie plekken om te stoppen. Rijd vooral op de bonnefooi de mooie dorpjes in en kijk wat het je te bieden heeft. Pak bijvoorbeeld het overzicht van de Plus Beaux Villages de France erbij, hop van de ene naar de andere France Passion of camperplaats en kijk wat het je allemaal te bieden heeft. Af en toe heb je eens een misser, maar over het algemeen kom je heel veel moois tegen en route in Frankrijk.

Keer je naar Espelette weer om? In zo’n 12 uur rijden ben je weer thuis. Ook hier kan je onderweg nog een aantal mooie stops toevoegen.

 

Klaar voor jouw camperroute West-Frankrijk?

Een camperroute West-Frankrijk is ideaal als je houdt van afwisseling: indrukwekkende kliffen, gezellige dorpen, mooie natuur en volop goede camperplaatsen. De route is goed te rijden, ook met kinderen, en je hoeft nooit ver te zoeken naar een fijne plek om te overnachten. Of je nu op pad gaat voor een korte rondreis of een paar weken de tijd hebt – deze regio verveelt nooit.

Nog geen camper? Bekijk dan het aanbod op onze pagina over alkoof campers – perfect voor gezinnen – of kies ervoor om een buscamper te kopen als je liever compact en wendbaar reist. Zeker in Frankrijk is dat handig: je past op bijna elke camperplaats en manoeuvreert gemakkelijk door de smalle straatjes.